
Op de toepasselijke locatie sanatorium Zonnestraal in Hilversum vond de halfjaarlijkse bijeenkomst
plaats van FITLicht: met als thema: verslag lopende onderzoeken naar betere verlichting voor
ouderen. Dit zijn verslagen van het internationale daglichtsymposium in Lausanne van 4 en 5 mei j.l.
Joost Heuvelink (architect) doet kort verslag van de lezingen tijdens dit daglichtsymposium. Hij
benadrukt dat er de laatste jaren toegenomen kennis is omtrent het zien en de functie van het oog.
Interessant is de website: www.lichtvoorlater.nl Hier is veel belangrijke informatie voor iedereen
toegankelijk gemaakt.
Toine Schoutens (Davita) vertelt over de signalen die van het oog naar de biologische klok gaan.
Deze "klok" is gelegen in een groepje cellen in de hersenen, en wordt nucleus suprachiasmaticus
genoemd, afgekort NSC. Deze biologische klok bepaalt voor een belangrijk deel je bioritme, dus ook
je dag/nachtritme.
Nu spelen er twee problemen bij ouderen, die elkaar versterken. Bij het ouder worden verschrompelen
de cellen van de NSC en worden daardoor minder gevoelig voor de prikkels die ze via het oog
ontvangen en bovendien krijgen veel ouderen te weinig licht. Het gevolg kan dan zijn dat er klachten
optreden van ontregelde slaap/waakritmes, bijvoorbeeld dwaalgedrag bij dementerenden.
Omdat dwaalgedrag een belangrijke opname indicatie is voor een verpleeghuis, is het dus erg
belangrijk veel aandacht te schenken aan het voorkomen hiervan. Het beste is om te zorgen voor veel
(dag)licht overdag en veel duisternis 's nachts. Het kunstlicht moet worden toegevoegd in de juiste
hoeveelheid, in de juiste kleur en op de juiste sterkte, op de juiste plaats en de juiste tijden.
Hiermee kun je het dag/nachtritme stabiliseren. Ook dieetaanpassingen kunnen hieraan zinvol
bijdragen, evenals omgevingsfactoren. Een verpleeghuis moet zijn: een heldere, frisse, transparante
omgeving met veel kleur, die uitnodigend is om in te verblijven.
Truus Hordijk (TU/Delft) doet verslag van de voorlopige resultaten van het onderzoek: visueel
comfort voor ouderen.
Het verouderende oog heeft veel meer licht nodig om te kunnen zien. Diverse factoren dragen hieraan
bij: de pupil kan bij weinig licht niet meer wijd open gaat staan, het blikveld wordt kleiner, de lens is
vertroebeld, de doorgifte van de signalen naar de hersenen verloopt minder goed, er is eerder sprake
van verblinding.
Over het onderzoek. Er werd licht gemeten en er werden vragen gesteld in verzorgingshuizen en bij
senioren thuis. Niemand zegt dat zijn huis te licht is, er wordt wel aangegeven dat er donkere plekken
zijn. De favoriete stoel staat altijd binnen 2 meter van het raam, dit is de daglichtzone. Men zit dan
schuin met de rug naar het raam, zodat het licht het beste valt op het boek als men wil lezen.
De voorlopige conclusie is: de daglichtzone is erg belangrijk, ouderen doen de verlichting in het huis
niet aan, er is last van lichthinder als het raamvlak te fel is.
Bij de verzorging /verpleeghuizen is de situatie anders. Ook daar is de daglichtzone de beste plek om
te zitten, maar de tafels staan juist vaak in het midden, omdat dat voor de verzorgenden handiger is.
Bovendien zijn mensen in een rolstoel afhankelijk van waar ze worden neergezet door de
verzorgenden. Als bewoners midden in ruimtes zitten, hebben ze dus te weinig licht (er hangen ook
geen lampen boven de tafels omdat men dat onhandig vindt) en er is meer kans op verblinding. Er
treedt geen verblinding op als het licht van 2 kanten komt.
De problemen van de huiskamers in verzorgingshuizen zijn nog betrekkelijk klein als de gangen
worden bekeken. In het merendeel van de gevallen zijn de gangen alleen verlicht door middel van
kunstlicht, met een gemiddeld lichtniveau van 50 lux. Deze gangen zijn dus gewoon te donker, er is
valgevaar voor de bewoners en bovendien geven de verzorgenden aan dat uitdelen van medicijnen
ook moeilijk is omdat ze de teksten niet kunnen lezen.
Paul Settels (ergonoom, ING)
Als ergonoom ( ergonomie gaat niet alleen over de stoelen en tafels, maar over het totale verhaal van
mensen aan het werk) houdt hij zich bezig met visuele ergonomie. Goed licht voor ouderen betekent
gewoon dat mensen visueel weer bij de tijd zijn.
Vroeger was de norm 200 tot 500 lux op je werkplek, maar men weet nu dat dit alleen de norm is van
jonge mensen. Ouderen, dus ook de oudere werknemer, hebben meer licht nodig.
Goed kunnen zien houdt in: zich oriënteren, verwerven van informatie, waarschuwingen en signalen
opvangen, bewaken van processen.
Bij het meten van de hoeveelheid lux bij LED verlichting wordt vaak de fout gemaakt dat er alleen
wordt gekeken naar één punt onder de lichtbron. Een LED lamp geeft te weinig licht rondom. Het
gevolg is dat een ruimte niet goed algemeen verlicht wordt, wat de orientatie bemoeilijkt en de
helderheidsverschillen tussen werkvlak en omgeving te groot maakt.
De helderheidsverschillen (luminantieverschillen) tussen werktaak en de omgeving mogen tot
maximaal 1:10 zijn. De helderheidsverschillen tussen werktaak en het raam mogen maximaal 1:40
zijn. Zijn deze verschillen groter, dat is er sprake van discomfort voor de ogen. Dit veroorzaakt
vermoeidheid. Want niet alleen licht naar beneden is belangrijk, maar je bent mens in de ruimte, dus
je hebt ook licht in de ruimte om je heen nodig. In het algemeen kun je stellen dat voor een prettig
voelen in een ruimte er voldoende licht moet zijn dat ook gelijkmatig verdeeld is.
Tot zover de samenvatting van de presentaties op de halfjaarlijkse bijeenkomst van FITLicht van 16
juni 2011. Stichting FITLicht ( www.fitlicht.nl ) wil het gebruik van daglicht in combinatie met gezond
kunstlicht stimuleren en promoten. Daartoe stimuleert de vereniging kennis uitwisseling tussen de
leden onderling en het verspreiden van deze kennis. Op deze website vindt u ook de brochure: Licht
voor senioren.
drs. Petra Jansen, bestuur FITLicht
www.petrajansen.nl
21 juni 2011